Farmaceutische Bedrijven Verzinnen Vrouwenziekte

Farmaceutische bedrijven verzinnen vrouwenziekte

0

big pharma 0De farmaceutische industrie heeft van seksuele problemen bij vrouwen een ziekte gemaakt en zo een nieuwe afzetmarkt gecreëerd voor een medicijn. Dat schrijft een Australische onderzoeker in het medisch tijdschrift British Medical Journal dat vrijdag is verschenen. De industrie zelf ontkent dit.

Onderzoeker Ray Moynihan, journalist voor de krant Australian Financial Review, schrijft dat de farmaceutische bedrijven sinds 1998 enorm veel geld hebben verdiend aan Viagra, een middel tegen impotentie bij mannen. Nu zoekt de industrie weer zo’n succes, aldus Moynihan. Volgens hem worden seksuele problemen bij vrouwen door de bedrijven ten onrechte gemedicaliseerd en zijn cijfers erover schromelijk overdreven. Veranderingen in de vrouwelijke seksuele beleving zijn niet meer dan normaal, zeker na een bevalling of een lange monogame periode.

De Amerikaanse hoogleraar psychiatrie Sandra Leiblum is het met Moynihan eens. “Er zal wel ontevredenheid bestaan en misschien desinteresse onder veel vrouwen, maar dat betekent nog niet dat ze een ziekte hebben.” Directeur John Bancroft van het Kinsey-instituut voor seksuologie zegt dat het gevaarlijk is seksuele problemen af te schilderen als ziekte omdat artsen dan sneller geneigd zijn medicijnen voor te schrijven.

Moynihan suggereert ook dat sommige onderzoekers te nauwe banden hebben met medicijnen fabrikanten die op hun beurt weer conferenties en studies financieren. Op die congressen is de laatste jaren volgens hem met opzet steeds meer aandacht besteed aan seksuele problemen bij vrouwen. Moynihan herinnert aan een onderzoek uit 1999 dat stelde dat 43 procent van de vrouwen tussen 18 en 59 jaar problemen had. Dat cijfer is later van alle kanten betwijfeld.

Analisten denken dat de industrie nog veel meer geld kan verdienen met een middel voor vrouwen dan zij met Viagra heeft binnengehaald. Producent Pfizer verdiende met Viagra 1,5 miljard euro. Pfizer-woordvoerder Michael Sweeney zei in een reactie op het artikel in het British Medical Journal dat het bedrijf een passieve rol heeft gespeeld in het sponsoren van een serie discussies en dat Pfizer bonussen heeft verstrekt aan artsen die daar zelf om hadden gevraagd. De medisch directeur van de Britse overkoepelende farmaceuten, Richard Tiner, zei dat de bedrijven alleen maar een alternatief aanbieden “als de situatie daarom vraagt”.

Het ontstaan van een ziekte: vrouwelijke seksuele disfunctie

Ray Moynihan, journalist Auteursinformatie Auteurs- en Licentie-informatie Disclaimer Dit artikel is geciteerd door andere artikelen in PMC.

Wordt een nieuwe aandoening vastgesteld om in onvervulde behoeften te voorzien of om markten op te bouwen voor nieuwe medicijnen?

Het door bedrijven gesponsorde ontstaan van een ziekte is geen nieuw verschijnsel, maar het ontstaan van vrouwelijke seksuele disfunctie is het meest verse, duidelijke voorbeeld dat we hebben.

Een groep onderzoekers met nauwe banden met farmaceutische bedrijven werkt samen met collega’s uit de farmaceutische industrie om een nieuwe categorie van menselijke ziekten te ontwikkelen en te definiëren op bijeenkomsten die zwaar gesponsord worden door bedrijven die in de race zijn om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen.

De meest recente bijeenkomst, had Pfizer als hoofdsponsor en Pfizer-vriendelijke onderzoekers als hoofdsprekers. De plaats van samenkomst? De Pfizer Foundation Hall for Humanism in Medicine aan de New York University Medical School.

Sinds de lancering van sildenafil (Viagra) in 1998 hebben meer dan 17 miljoen mannen er recepten voor laten uitschrijven als behandeling tegen erectiestoornissen, waarbij Pfizer in 2001 een verkoop rapporteerde van $1.5 mrd.2 Van de opkomende concurrenten, Bayer’s vardenafil en Lilly-ICOS’s tadalafil, wordt eveneens verwacht dat ze elk een jaarmarkt zullen hebben van meer dan $1 mrd.

Duidelijk omschreven medische diagnose

Om soortgelijke markten voor geneesmiddelen bij vrouwen op te bouwen, hebben de bedrijven eerst een duidelijk omschreven medische diagnose nodig met meetbare kenmerken om geloofwaardige klinische trails mogelijk te maken. De afgelopen zes jaar heeft de farmaceutische industrie een reeks bijeenkomsten gefinancierd, en in sommige gevallen hebben haar vertegenwoordigers die bijgewoond, om tot precies zo’n definitie te komen.

Samenvattende punten

Onderzoekers met nauwe banden met farmaceutische bedrijven definiëren en classificeren een nieuwe medische stoornis op door de bedrijven gesponsorde bijeenkomsten

De door de firma’s gesponsorde definities van “vrouwelijke seksuele disfunctie” worden bekritiseerd als misleidend en potentieel gevaarlijk

Veel geciteerde prevalentie schattingen, die aangeven dat 43% van de vrouwen “vrouwelijke seksuele disfunctie” heeft, worden als overdreven beschreven en worden door vooraanstaande onderzoekers in twijfel getrokken

Controverse omringt de huidige pogingen om seksuele problemen te medicaliseren en “normatieve gegevens” vast te stellen voor een reeks fysiologische metingen van de vrouwelijke seksuele respons

De rol van farmaceutische bedrijven bij de constructie van nieuwe aandoeningen, stoornissen en ziekten behoeft meer publiek onderzoek

Het definiëren van de nieuwe stoornis

In een baanbrekende bijeenkomst in mei 1997 kwamen clinici, onderzoekers en vertegenwoordigers van geneesmiddelenfabrikanten twee dagen bijeen in een hotel in Cape Cod “om de toekomstige richting van klinisch onderzoek op dit gebied te bespreken”, tegen de achtergrond van een “wijdverbreid gebrek aan overeenstemming over de definitie” van vrouwelijke seksuele disfunctie.3

In antwoord op een vraag per e-mail over de bijeenkomst in Cape Cod schreef mede-voorzitter Raymond Rosen: “De bijeenkomst wordt volledig gesteund door farmaceutische bedrijven, en ongeveer de helft van het publiek zal bestaan uit vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie. Het doel is een actieve en positieve samenwerking tussen de twee groepen te bevorderen.

Alleen onderzoekers die ervaring hebben met, of speciale belangstelling hebben voor samenwerking met de geneesmiddelenindustrie zijn uitgenodigd.” In de daaropvolgende publicatie van de presentaties en besprekingen van de bijeenkomst werd melding gemaakt van sponsoring door negen farmaceutische bedrijven.

Achttien maanden later, in oktober 1998, vond in Boston de eerste internationale conferentie voor consensusvorming over vrouwelijke seksuele disfunctie plaats onder “besloten” beraadslagingen. De deelnemers aan deze multidisciplinaire bijeenkomst werden door een groep van de American Foundation for Urologic Disease met de hand uitgekozen op grond van hun onderzoeks- of klinische deskundigheid en hun positie als “thought leaders”.

farmaceutische bedrijvenWerkend met bestaande classificatiesystemen, waaronder het Amerikaanse handboek van psychiatrische stoornissen (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 4e editie), produceerden de deelnemers een nieuwe definitie en classificatie met stoornissen van verlangen, opwinding, orgasme, en pijn, voor gebruik in “medische en geestelijke gezondheidszorg settings”.

Publicatie van het verslag van de consensus conferentie onthulde steun van acht farmaceutische bedrijven en toonde aan dat 18 van de 19 auteurs van de nieuwe definitie financiële belangen of andere relaties hadden met in totaal 22 farmaceutische bedrijven.

In oktober 1999 organiseerde de Boston University School of Medicine nog een conferentie, die gesteund werd door 16 bedrijven. In antwoord op een vraag van een spreker op de conferentie bleek uit een handopsteken tijdens een zitting dat ongeveer de helft van de deelnemers banden had met de geneesmiddelenindustrie.

Female Sexual Function Forum jaarlijkse conferentie

In 2000 en 2001 organiseerde het pas gevormde Female Sexual Function Forum jaarlijkse conferenties in Boston die telkens door meer dan 20 bedrijven gesteund werden, met Pfizer als belangrijke sponsor. Vlak voor Kerstmis 2002 geïnterviewd, zei de leider van de Urologie Groep van Pfizer, Dr. Michael Sweeney, dat de firma een passieve rol had gespeeld in het sponsoren van een reeks discussies over de aandoening, door eenvoudigweg onbeperkte subsidies te geven in antwoord op verzoeken van artsen.

Op het internationale toneel werd vrouwelijke seksuele disfunctie besproken als onderdeel van het eerste internationale overleg over erectiestoornissen in Parijs in 1999, dat hoofdzakelijk door urologie verenigingen werd georganiseerd en zwaar gesponsord werd door farmaceutische bedrijven. Een tweede bijeenkomst is gepland voor Parijs in juni 2003, met onder andere als doel de goedkeuring van een “internationaal aanvaard instrument voor de beoordeling van seksuele functie “6.

Alle drie de bijeenkomsten in Boston (1999-2001) werden voorgezeten door dr. Irwin Goldstein, hoogleraar urologie en gynaecologie aan de Boston University School of Medicine, die ook een sleutelfiguur is op de internationale bijeenkomsten. Goldstein, oorspronkelijk opgeleid als ingenieur, heeft de laatste jaren zijn aandacht verruimd van mannelijke naar vrouwelijke seksuele disfuncties.

Als regelmatig spreker op door de industrie gefinancierde bijeenkomsten en als adviseur en docent voor vrijwel elk farmaceutisch bedrijf, is hij een hartstochtelijk pleitbezorger voor de opbouw van een nieuwe discipline seksuele geneeskunde, want, zoals hij de recente bijeenkomst in New York vertelde, in dit opkomende vakgebied “is er zo’n vreugde in het succesvol behandelen van deze mensen”.

Moeilijkheden worden stoornissen worden ziekte

Een van de mijlpalen in het ontstaan van de nieuwe stoornis was een JAMA artikel in februari 1999, getiteld “Sexual dysfunction in the United States: prevalence and predictors. ” De auteurs, van wie er twee laattijdig nauwe banden met Pfizer onthulden,7 zeiden dat voor vrouwen van 18-59 jaar de “totale prevalentie van seksuele disfunctie” 43% bedroeg, een cijfer dat nu veel geciteerd wordt in zowel de wetenschappelijke als de lekenmedia.8,9

Als voorbeeld kondigde een Californische firma die “business intelligence” aanbiedt in november vorig jaar aan dat “43% van alle vrouwen boven de 18 jaar last heeft van seksuele disfunctie. Een grotere publieke bewustwording en acceptatie van SD [seksuele disfunctie]als een veel voorkomende en behandelbare ziekte zal de marktgroei sterk beïnvloeden, vooral voor vrouwen.”

In augustus haalde een bedrijf dat reclame maakte voor proeven met een nieuw geneesmiddel tegen “vrouwelijke seksuele opwindingsstoornis” het cijfer prominent aan in zijn persbericht. Dr. Sweeney vertelde me dat 40% van de vrouwen de stoornis in een of andere vorm heeft, “maar niet allemaal de meest ernstige vorm van de ziekte.”

Er hangen ernstige vragen over het cijfer van 43%, verkregen toen hoogleraar sociologie Ed Laumann van de Universiteit van Chicago en collega’s een stukje gegevens van een enquête uit 1992 opnieuw analyseerden. Ongeveer 1500 vrouwen werd gevraagd met ja of nee te antwoorden op de vraag of ze in het voorafgaande jaar gedurende twee maanden of langer een van zeven problemen hadden ervaren, waaronder een gebrek aan zin in seks, bezorgdheid over seksuele prestaties, en moeilijkheden met het smeren.

Als de vrouwen op slechts één van de zeven vragen ja antwoordden, werden ze opgenomen in een groep die gekarakteriseerd werd als seksueel disfunctioneren.

In het JAMA artikel stond dat de gegevens “niet gelijkwaardig waren aan een klinische diagnose,” maar dit voorbehoud wordt nu regelmatig over het hoofd gezien, en vooraanstaande seksonderzoekers hebben ernstige bezorgdheid geuit over het voortdurende misbruik van het cijfer.

Een van die verontrusten is dr. Sandra Leiblum, hoogleraar psychiatrie

Een van die verontrusten is dr. Sandra Leiblum, hoogleraar psychiatrie aan de Robert Wood Johnson Medical School en klinisch psychologe. Ze gelooft dat echte disfunctie veel minder voorkomt dan 43%, en dat het cijfer heeft bijgedragen tot een overmedicalisering van de seksualiteit van vrouwen, waarbij veranderingen in seksueel verlangen de norm zijn. “Ik denk dat er bij veel vrouwen ontevredenheid en misschien desinteresse is, maar dat wil niet zeggen dat ze een ziekte hebben,” zei ze tijdens een interview op de recente educatieve workshop in New York.

De directeur van het Kinsey Instituut aan de Universiteit van Indiana, dr. John Bancroft, gelooft dat de term “disfunctie” zeer misleidend is, en hij is een van de verschillende onderzoekers die kritisch staan tegenover de door het bedrijfsleven gesponsorde definitie van 1998. Hij stelt dat een remming van seksueel verlangen in veel situaties een gezonde en functionele reactie is voor vrouwen die geconfronteerd worden met stress, vermoeidheid, of bedreigende gedragspatronen van hun partner.”

Het gevaar van het afschilderen van seksuele moeilijkheden als een disfunctie is dat het artsen er waarschijnlijk toe aanzet medicijnen voor te schrijven om de seksuele functie te veranderen-terwijl de aandacht zou moeten uitgaan naar andere aspecten van het leven van de vrouw. Het is ook waarschijnlijk dat het vrouwen laat denken dat ze een disfunctie hebben terwijl dat niet zo is,” zei hij tijdens een telefonisch interview.

In antwoord hierop verdedigt Laumann zijn gebruik van de term “disfunctie” maar geeft toe dat veel vrouwen onder zijn 43% “volkomen normaal” zijn en dat veel van hun problemen “voortkomen uit volkomen redelijke reacties van het menselijk organisme op uitdagingen en stress”.

Dr Leonore Tiefer, klinisch universitair hoofddocent psychiatrie aan de Universiteit van New York, beweert dat het medische model zelf ernstig beperkt is voor het behandelen van problemen van seksualiteit, vanwege de splitsing geest-lichaam, het biologisch reductionisme, de gerichtheid op ziekten in plaats van op mensen, en het vertrouwen op normen. Ze beweert dat farmacologisch onderzoek het risico loopt de seksuele moeilijkheden van zowel mannen als vrouwen te simplificeren, omdat het “de genitale functie als het middelpunt van de seksualiteit bevordert en al het andere negeert “.

Wat is gezond en wat is ziek?

Terwijl de meting van seksuele problemen bij mannen bijna uitsluitend op erecties gericht is geweest, zijn de seksuele reacties van vrouwen veel moeilijker te kwantificeren gebleken, wat problemen oplevert voor onderzoekers die farmacologische therapieën testen.

De laatste jaren zijn er echter een heleboel nieuwe methoden ontdekt, en sommige clinici bevelen nu, naast een lichamelijk en psychosociaal onderzoek, een uitgebreide evaluatie aan die de meting van hormonale profielen, vaginale pH, en genitale trillingswaarneming drempels kan omvatten, en ook het gebruik van ultrasonografie om de clitorale, labiale, urethrale, vaginale, en uteriene doorbloeding te meten.

In 1999 schreef Dr. Jennifer Berman, assistent-professor in de urologie aan de Universiteit van Californië in Los Angeles, “Er worden normatieve gegevens verzameld om te vergelijken en zo vast te stellen wat de normale fysiologische reacties zijn voor vrouwen in bepaalde leeftijdsgroepen. ”

Studies van Berman, Goldstein

en anderen hebben die fysiologische metingen gebruikt om de effecten van sildenafil op vrouwen met een “vrouwelijke seksuele opwindingsstoornis” te testen.14 In oktober 2002 presenteerde Berman resultaten van een andere studie van sildenafil, uitgevoerd met drie auteurs van Pfizer, op een conferentie waar het bedrijf hoofdsponsor was.15 Vorige maand vertelde ze me: “Er is duidelijk een rol weggelegd voor medische therapieën, maar niet los van emotionele en relatieproblemen, die bij vrouwen even belangrijk of zelfs belangrijker zijn.”

Op basis van studies van de geslachtsorganen van vrouwelijke Nieuw-Zeelandse witte konijnen hebben Goldstein en collega’s diermodellen ontwikkeld van “vaginale engorgement insufficiëntie en clitorale erectiele insufficiëntie ” Gebruik makend van gegevens uit studies waarin de testosteronspiegels van “normale” vrouwen vergeleken werden met die van zijn patiënten, vertelde hij op de bijeenkomst in december in New York dat vrouwen met “vrouwelijke seksuele disfunctie” een “specifiek defect in de steroïdensynthese” zouden kunnen hebben.

Goldstein haalt regelmatig het prevalentie cijfer van 43% aan en wuift suggesties van zijn collega dr. Leiblum weg dat het eerder op de prevalentie van moeilijkheden kan wijzen dan op echte disfunctie: “Ik hou van psychologen, maar ze houden zich niet bezig met bewijzen”.

Wie is het best toegerust om ermee om te gaan? De farmaceutische bedrijven?

Tijdens een pauze in de bijeenkomst in New York gevraagd naar kritiek dat de geneeskunde misschien niet het best toegerust is om seksuele problemen aan te pakken, antwoordde Goldstein’s: “Wie is het best toegerust om ermee om te gaan? De farmaceutische bedrijven? Het is een vorm van geneeskunde. Ik denk dat artsen het meest geschikt zijn.” Hij voegde eraan toe dat hij werkte binnen een “geest-lichaam relaties” kader en een multidisciplinair team dat ook psychologen en verpleegkundigen omvat.

De rol van de farmaceutische bedrijven bij het helpen opbouwen van de wetenschap over deze nieuwe stoornis is “van het grootste belang” geweest, volgens Goldstein, en hij verwerpt suggesties dat toenadering tussen farmaceutische bedrijven en academische onderzoekers ongepast kan zijn.

Op de vraag of marketing campagnes die honderden miljoenen dollars waard zijn er uiteindelijk toe kunnen neigen bepaalde opvattingen over seksuele moeilijkheden te versterken en bepaalde therapeutische opties boven andere te promoten, zei hij: “Ik ben een academisch klinisch arts. Dat is een vraag voor een of andere filosoof.”

Een andere kijk op vrouwenproblemen

In tegenstelling tot de definitie die door Goldstein en anderen wordt aangejaagd, propageren Tiefer en collega’s een op vrouwen gerichte definitie van seksuele problemen: “onvrede of ontevredenheid over elk emotioneel, lichamelijk, of relationeel aspect van de seksuele ervaring,” met vier categorieën oorzaken: sociaal-cultureel, politiek, of economisch; relatie-gerelateerd; psychologisch; en medisch.

“Seks is als dansen,” vertelde Tiefer me tijdens een interview in haar kantoor in Manhattan, “als je tijdens het dansen je enkel breekt ga je naar een dokter. Maar je dokter neemt geen dansgeschiedenis op en zou je niet adviseren of je dansen normaal is. Het medische model gaat over het bepalen van wat gezond is en wat ziek is – maar zo is seks niet.”

De mogelijke voordelen van deze huidige medicalisering campagne van de farmaceutische bedrijven zijn een meer vermenselijkte arts-patiënt relatie, effectieve en veilige nieuwe medicijnen, en meer aandacht van publiek en onderzoek voor de complexiteit van vrouwelijke seksuele problemen.

Het potentiële risico, in een proces dat zo zwaar gesponsord wordt door farmaceutische bedrijven, is dat de complexe sociale, persoonlijke en lichamelijke oorzaken van seksuele moeilijkheden – en de waaier van oplossingen daarvoor – weggevaagd worden in de haast om te diagnosticeren, te labelen en voor te schrijven.

De grootste bezorgdheid komt misschien van de keerzijde van de opgeblazen schattingen van de prevalentie van ziekten – de steeds nauwere definities van “normaal” die helpen om de klachten van de gezonden te veranderen in de aandoeningen van de zieken.

Deze onthullingen over vrouwelijke seksuele disfunctie zouden de aanzet moeten geven tot een meer wijdverbreid en rigoureus onderzoek naar de rol van farmaceutische bedrijven bij het definiëren en promoten van nieuwe ziekten en aandoeningen.

Share.